Ik zou niet meer weten wanneer ik voor het eerst een boek van Leni Saris las. Ouder dan 16 was ik in ieder geval niet, want ik weet nog wel dat ik op die leeftijd al een aardig rijtje van haar boeken in mijn kast had staan.
Veelschrijver
Ze is dan ook het prototype van een veelschrijver. Haar eerste boek verscheen in 1938 en haar laatste boek verscheen posthuum (ze overleed in december 1999) in het voorjaar van 2000. In die 62 jaar schreef ze meer dan 100 romans. Ik heb de lijst op Wikipedia geteld en ik kom op 111, plus 3 verhalen/column bundels. Maar als je het zeker wilt weten, zul je zelf moeten tellen 😉
Na haar dood nam haar vriendin Louise d’Anjou het stokje over. Zij schreef nog 5 boeken op basis van verhaalideeën van Leni zelf.
Omdat ik half december (toen we op familiebezoek waren in Nederland) al snel geveld werd door een griep of een zware verkoudheid, kwam er weinig van ingewikkeld leeswerk. Ik besloot met mijn koortshoofd een Leni Saris te downloaden (bijna al haar boeken staan op Kobo Plus) en las er uiteindelijk een stuk of vijftien in drie weken (wat mijn uiteindelijke eindtotaal op 147 bracht – twee meer dan ik hier schreef)
De Daelheym saga
De laatste zes waren onderdeel van een serie, De Daelheym saga. Wat het lezen van deze serie extra leuk maakt, zijn de verschijningsdata, die een groot deel van Leni Saris’ schrijfcarrière beslaan. Alleen de jaren ’70 ontbreken.
- Eendagsbloemen (1957)
- En zo begon het (1958)
- Festival in Luzern (1960)
- Romana (1985)
- Marjory slaapt niet meer (1997)
- Het Boshuis (deze is door Louise d’Anjou geschreven, maar sluit wel aan bij de serie) (2012)
Tegelijkertijd was dat ook wel een openbaring voor me. Ik vond namelijk de eerste drie het leukst. Dat is Leni Saris voor mij. Ouderwets, spelend in een tijd die ik niet gekend heb, met problemen waar wij als moderne mensen een beetje schouderophalend tegenover staan. Mensen “houden van elkaar” als ze elkaar drie keer gezien hebben en zijn verloofd na de eerste kus. Onrealistisch, maar fijn om te lezen (als je van dit soort boeken houdt, natuurlijk).
Romana speelt zich in mijn eigen jeugd af. De hoofdpersonen zijn aangepast aan de tijd. Terwijl oudste zus Kyra in de eerste drie boeken geen andere ambitie heeft dan haar zusjes en broer en later haar man en eigen kinderen te verzorgen, heeft Kyra in dit verhaal een functie in de gemeenteraad; “iets met het milieu”. Ook was dit de periode waarin Leni haar verhalen graag wat spannender maakte. Het blijft om de liefde draaien, maar er zit ook wat misdaad en spionage in. Daar is overigens niets mis mee (ik heb zelf ook een paar van dat soort verhalen geschreven), maar het voelt toch minder als een “echte” Leni.
Tegenvallers
De laatste boeken van Leni Saris vind ik persoonlijk niet zo goed. Marjory slaapt niet meer valt dan ook tegen als je de andere drie gelezen hebt. Er zitten inconsequenties in, de hoofdpersoon lijkt halverwege van karakter te veranderen en het verhaal is wat vreemd. De schrijfstijl lijkt ook anders. Het is ook lastig dat het zich een jaar of vier na Romana afspeelt, terwijl het twaalf jaar later geschreven is. Toch is het nog wel leuk om te lezen als je de rest van de serie ook al doorgenomen hebt.
Louise is Leni Saris niet
Maar dan… Het Boshuis. Nu had ik al een boek van Louise d’Anjou gelezen en ik kon me herinneren dat ik dat niet zo heel goed vond. Maar ik wilde het toch proberen om de serie netjes af te sluiten. Tja… ik vind het naar om iets negatiefs te zeggen over welk boek dan ook, want ik weet hoeveel bloed, zweet en tranen erin zitten. Maar dit vond ik echt niet leuk om te lezen. Ik ben op ongeveer een derde gestopt. Het boeide me simpelweg niet en zowel het plot als de schrijfstijl haperden.
Veelschrijvers door de jaren heen
Bovenstaand patroon zie ik steeds terug als ik boeken van Leni Saris lees. Ik vind de oudste het leukst, ondanks de soms tenenkrommende normen en waarden en de af en toe wat vrouwonvriendelijke aspecten. Dat past tenslotte in het tijdsbeeld. Haar boeken vanaf halverwege de jaren tachtig en heel de jaren negentig vallen me altijd tegen en het was beter geweest als de laatste verhaalideeën na haar dood gewoon waren blijven liggen. Zo jammer.
Nu vraag ik me af of dat bij andere schrijvers die in een lange periode veel boeken hebben uitgegeven ook zo is. Bij Nora Roberts misschien wel, hoewel ik van haar de modernere boeken leuker vind, behalve die uit de periode waarin haar thrillers wel erg hard en heftig waren. Hoewel ik de boeken van Agatha Christie redelijk goed ken, heb ik bij haar niet het idee dat er een groot verschil is. Ik vind de spionageromans minder leuk, maar ze zegt zelf ergens in haar biografie ook al dat ze die beschouwt als gemakkelijke tussendoortjes, die je even snel schrijft. Van Stephen King heb ik niet genoeg gelezen om er een oordeel over te vellen, van Gerda van Wageningen evenmin.
Weten jullie voorbeelden?
Foto door SHVETS production
Ik weet niet hoe het bij andere schrijvers is. Maar ik wilde wel even zeggen dat ik dit zo’n leuke post vind. Leni Saris was mijn lievelings vroeger. Neem: Edelsteentje.
Bedankt voor deze leuke blogpost
Geen dank 😉
O ja, Edelsteentje! Dat is ook een mooie.